Eddie

exhibitions

artworks
 -bronze
 -ceramic I
 -cermamic II
 -bas-relief

projects

contact

links

publications

 


Kunstcriticus Fernand Haerden
Solotentoonstelling Cultureel Centrum Maasmechelen
mei 2011

Elke rechtgeaarde kunstenaar verovert zich in een zeer persoonlijk idioom een eigen biotoop. Waarmee ik bedoel dat hij een eigen beeldtaal creëert, die gekoppeld is aan de specificiteit van zijn persoonlijkheid, en tegelijk een eigen thematisch veld/een aantal steeds weerkerende themata bewerkt, waarin die beeldtaal zich ontwikkelt. De ene kunstenaar voedt zich hoofdzakelijk met impulsen uit de externe omgeving, een ander met meer van binnenuit werkende krachten.

Voeg daarbij dat hij tevens behoefte heeft aan een algemeen artistiek klimaat, waarin zijn werk kan gedijen. Wat geldt voor de schilderkunst, die op zeker moment afgeschreven leek, maar op dit moment opnieuw een hoge vlucht neemt dankzij de durf en de kunde van enkele toen dwarsliggers genoemden, nu gerenommeerde iconen, met zulk een uitstraling dat het lijkt alsof er nu maar één manier van schilderen meer bestaat, zo heeft ook de driedimensionale kunst zulk een klimaat nodig. Een klimaat waarbij van de kunstenaar niet (meer) verlangd wordt dat hij puntgave, afgelikte adonismooie beelden aflevert, maar wel werken die in hun expressiviteit de gekneusde ziel, het getormenteerde hart van de uit het paradijs verjaagde mens weergeven. Een klimaat waarin aan de kunstenaar de vrijheid gegeven wordt –  de vrijheid die zijn recht is – om  een werk te creëren in de vorm en met de materialen die hij daartoe geëigend acht. Wie die vrijheid niet respecteert, pleegt roofbouw op die vrijheid enerzijds, toont zijn onkunde dienaangaande anderzijds.

Gelukkig voor de driedimensionale kunst heeft zij niet de strijd om haar bestaan moeten voeren zoals de schilderkunst, want dankzij het expressionisme van het begin van de 20ste eeuw zijn haar (schijnbare) lelijkheid en imperfectie gegund als reactie op het al te modieuze streven naar virtuositeit en oppervlakkige schoonheid. Een streven naar de al te beperkte omschrijving van schoonheid, die zo eigen was aan de academische kunst van de 19de eeuw bv., maar waar komaf mee gemaakt werd door de “Balzac” van Rodin. Door de “Lijfeigene” van Matisse.

Waarom ik het over beeldhouwkunst heb en niet over keramische kunst? Omdat de exposant van vandaag, Eddie Symkens, wel keramische beelden maakt, maar een opleiding als beeldhouwer heeft gehad en ook als beeldhouwer denkt en werkt.

Eddie Symkens, geboren te Menen, maar al decenniën wonend te Maasmechelen, heeft een opleiding gevolgd aan de Stedelijke Academie voor Plastische Kunsten te Genk, volgde ateliers bij o.a. beeldhouwer Jan Praet en bronsgieter-beeldhouwer Emile Voeten. Met een team van de Vrije Universiteit Brussel ontwikkelde hij het beeldhouwmateriaal vubonite, een op polyester lijkend gietmateriaal, dat gebruikt wordt voor glasvezelversterkend vormwerk en dat bijzonder sterk en weerbestendig is. Het hier aanwezige “Transhuman” is in vubonite vervaardigd. Welnu, Eddie Symkens is voor het Maaslandse en zeker voor het Maasmechelse publiek een onbekende, hoewel hij al jaren als kunstenaar actief is en tentoonstelt en dat niet alleen in Nederland, waar hij wel bekend is.

Zo werd hij in 2005 geselecteerd voor het boek “14 hedendaagse kunstenaars”. Behaalde hij in 2006 de eerste prijs beeldende kunsten van de stad Dilsen-Stokkem, waarvoor hij dan ook een kunstwerk realiseerde. In 2007 werd hij geselecteerd voor “Beeldig Limburg”, beeldhouwwerken van 11 Limburgse kunstenaars. Nam hij meermaals deel via zijn galerie aan Lineart Gent, zal hij in 2011 tentoonstellen in galerie Jorg te Liederkerken, in Art Gallery 3G te Sittard, heeft hij zopas deelgenomen aan Kunst in Valkenburg  en gaat hij deze zomer tevens deelnemen aan Kunstroute Vaals en Beeldig Limburg.

Maar vandaag tot en met 26 juni stelt hij tentoon in Galerie Oost van dit Cultureel Centrum. Hij presenteert er keramische sculpturen van recente datum. In tegenstelling met beeldhouwkundig werk zal hij geen overtolligheden moeten wegkappen/verwijderen om tot de essentie te komen, maar zal hij integendeel essentiële elementen moeten samenbrengen/samendrukken a.h.w. om tot een geheel te komen. Het scheppend gevoel is daarom  bij dit soort werk wellicht (nog) groter dan bij ander werk, net omdat het uitsluitend gaat om een groeiproces, een ontstaansproces. Er is geen sprake van elimineren, zoals gezegd, wel van toevoegen en samendrukken, ophopen, constitueren. Voor Eddie Symkens is dit creatief proces niet in hoofdzaak een vormelijk proces/gebeuren, - hoewel die vorm  m.i. een heel belangrijke rol speelt, - maar primeert volgens eigen zeggen het mentale/beschouwende proces. Vandaar dat hij ook niet streeft/of hoeft te streven naar een perfecte vormgeving, een anatomisch verantwoorde vorm, omdat de figuren die hij creëert, wel hominiden genoemd kunnen worden, op de menselijke figuur geënte vormen zijn, die evenwel op geen enkele wijze aan die figuur verantwoording verschuldigd zijn. De mens als gekneed wezen – maar verre van af – wordt opgevoerd en ziet zich geplaatst voor/in diverse situaties, die niet altijd comfortabel kunnen genoemd worden. In een wereld bovendien die niet tot grote vreugde stemt.

Als men soms zegt dat een werk de afdruk van een kunstenaarshand moet bevatten, is dat zeker het geval voor dit werk, dat uit zuiver kneed-, duw- en aanraakvormen bestaat. Niets van de initiële aanpak gaat verloren, alles blijft zichtbaar. Elke druk van de hand laat een teken, een plek, een deuk achter op wat we terecht de huid van het werk mogen noemen. In feite zou ik van het meest recente werk moeten zeggen dat die afdruk op de huid, de huid zelf geworden is. Net zoals het totale werk geen beeld meer is, maar een artistiek ding met een uniek, zelfstandig karakter. Bevrijd van de anatomie. Zichzelf bevrijdend ook van de omgeving, de wereld waarin het toch is beland. Een ding, een object wordt het dus,  maar wat voor een, in een artistiek proces!    Als ik spreek van een ding of een object, dan doe ik dat om het werk een volwaardige status te geven, een zelfstandigheid die losstaat, loskomt  van de realiteit, en als dusdanig moet bekeken en beoordeeld worden. Eddie Symkens noemt het een beschouwend proces, waarbij de indruk gewekt wordt dat er naar inhouden gezocht moet worden, wat m.i. niet het geval is. Hij bedoelt daar dan wellicht mee dat dit werk onlosmakelijk  gekoppeld is aan de condition humaine, het menselijk lot, dat maar beleefd en ondergaan kan worden dankzij zelfkennis, bewustwording, inzicht … Een bewustwording en een inzicht die van binnenuit gestuurd worden, en die net zoals bij de blind geworden  Oedipus  ogen overbodig maken, omdat de wereld die ze willen zien een innerlijke wereld is. Trouwens, zei Oedipus niet dat hij ziende blind was en blind geworden inzicht kreeg in de wereld buiten hem en in hem?

Welnu, wie deze keramische figuren bekijkt, niet nieuwsgierig maar met veel empathie, kan niet anders dan de  immens expressieve kracht ervan ontdekken. Een expressiviteit die haar kracht ontleent aan zowel de beweging als aan de gelaagdheid, de ruwheid, de elkaar letterlijk overlappende stukken, repen, brokken klei waaruit  het opgebouwd is. Hier speelt de vorm onmiskenbaar een cruciale rol en is ze dé bouwsteen van dit werk. Nu weet ik wel dat dit niet altijd zo geweest is in het keramisch werk van Eddie Symkens  en dat er eerst sprake is geweest van vervorming in de volumes. Een vervorming die er trouwens nog steeds is. Die een essentieel kenmerk ervan geworden is. Maar dan  in werken met een eerder gladde huid. Een vervorming bovendien die de hominide figuren in hun beweeglijkheid afremde. Nu zitten we dus in een fase waarin zowel de vervorming, de onafgewerkte huid als de beweging zich  osmotisch beïnvloeden, waardoor een werk ontstaat dat zich lichamelijk- dus vormelijk- naar buiten ontwikkelt, met rijk geschubde opperhuid, maar zich toch in een contemplatief gebaar - met gesloten ogen - van die buitenwereld afkeert. Deze gesloten gezichten doen wel eens denken aan de gezichten van “De blinden” van Pieter Bruegel de Oude. Wat afgeplat. Maar zo expressief. Soms heb je de indruk dat hij zijn figuren van hun vrijheid wil beroven. Hun beweeglijkheid beknot door een bewust plompe vormgeving, maar ze bovendien zo deskundig op de een of andere wijze insnoert, dat ze een soort gratie en bevalligheid verkrijgen die aandoenlijk is. Een gratie en bevalligheid, waar ze in een verdoken behaagzucht soms om lijken te vragen. Waardoor een zeer sterk gevoel, een drang naar beleving dus de beschouwing en de idee verdringt. Want enerzijds stralen de figuren een enorme kracht uit met hun vooruitgestoken kop – die zo typisch de hand van Eddie Symkens verraadt – en hun gewichtig lijf/ledematen/achterste, maar wat ze aan kracht etaleren, boeten ze tegelijk in een soort onmacht weer in. Dat maakt ze gevoelsmatig zo menselijk, hoewel ze zich vormelijk dus van die mens en zijn eeuwig streven naar schoonheid willen verwijderen.

Eddie Symkens is – lijk  ik reeds heb aangehaald – in zijn huidig werk op zoek naar beweging  en vindt die in de hedendaagse dans. Ik heb het dan niet over het klassieke ballet, waarin net perfectie en verfijning opgezocht worden, maar over de dans zoals die door de in 2009 overleden Duitse choreografe Pina Bausch gepredikt werd. Een dans die ook niet aan perfecte lijven voorbehouden was. Of een dans zoals die door Jan Decorte en zijn gezelschap wordt  uitgevoerd in een onmachtig, wat onbehouwen, maar daardoor beladen en ontroerend spel van bewegingen.

Daarstraks had ik het over de keramist Eddie Symkens, die zich als beeldhouwer gedraagt. Dit hele oeuvre – dat hoofdzakelijk uit figuren, personen bestaat, - bewijst de drang van de kunstenaar om boven de aarde/de klei/de materie uit te stijgen in de creatie van rechtopzittende/rechtopstaande figuren, die mee het lot van de mens willen dragen en trotseren. Met zelfbewustheid en waardigheid, maar die door hun onhandig lijf op begrip en empathie onzerzijds beroep moeten doen. Laten we ons verheugen in hun wil om mede ons lot te helpen dragen. 

 

 Keramisch Magazine Klei: mei 2011

 

Kunst in Valkenburg 2011 groot succes 21-04-2011

De afgelopen kunstexpositie Kunst in Valkenburg (KiV), de vierde editie alweer, was opnieuw een groot succes. De kleuren en vormen die het werk van Con Tonnaer zo kenmerken komen prachtig tot hun recht op deze unieke locatie: de kloostergang van Château St. Gerlach. De schilderijen van Con Tonnaer werden dit keer geflankeerd door de keramische mensfiguren van de Belgische beeldend kunstenaar Eddie Symkens; een bijzonder geslaagde combinatie.

Galerie Espace Bonhomme Liege
Oktober 2009

Eddie Symkens réalise des personnages en céramique.
Un peu vacillants, à la fois figuratifs et abstraits ces personnages hésitent entre l’art brut et l’émotion figurative. Le travail sur les coloris de la céramique ajoute une autre dimension à son travail, il l’habille, lui donne cette dimension humaine qui adoucit un peu la gravité de l’instant figé par le sculpteur…
Une découverte, une belle leçon ….

 

Recenciste Li Gommeren
Juli 2009

De beelden van Eddie Symkens ogen heel sober en uitgepuurd, zonder franjes, ontdaan van alle overbodigheid. Alle details zijn weggehaald en de vorm is herleid tot het essentiële, het wezenlijke, daar waar het eigenlijk om gaat.
Daarom zijn de beelden zo sterk, vol levenskracht, zo expressief. Het lijkt wel of ze boven de aarde verheven zijn, of ze loskomen van logische wetten en de aardse werkelijkheid, of ze met hun ledematen de hemel willen aanraken.
In zijn  beelden gaat het niet om de perfecte anatomie, de ideale mens die kracht en overwinning symboliseert. Het gaat over de getemde, de getekende mens die toch vitaal en krachtig is om zijn lot te overstijgen en te leven zoals hij wil.

 

Galerie Ludwig Trossaert Antwerpen
Persbericht
Oktober 2008

Samenvatting:
Eddie Symkens legt in zijn nieuwe sculpturen twee belangrijke accenten: de statische beweging en de gedetailleerde karakterschets. Nieuw in zijn laatste sculpturen is dat hij de beelden ook attributen meegeeft die je laten nadenken over de identiteit en het karakter van het personage.

In 2006 toonde Eddie Symkens voor het eerst zijn sculpturen in Antwerpen tijdens de tentoonstelling « Moving into Chapters ». Statische gestalten die geen beweging maar een houding aannamen. De karakters werden enkel en alleen geschetst door de gedetailleerde handen. Het gezicht was bijna vormloos maar straalde steeds een soort verwondering uit dat bij elk beeld toch wel uniek was.
In zijn nieuw werk blijven deze accenten aanwezig, al heeft de statische gestalte naast een houding ook een elemtaire beweging meegekregen. Hij kleedt zijn sculpturen ook aan met een klein attribuut (bv. een boek, een houten kistje, een rond het middel gewonden touw). Hierdoor worden ze als het ware verleid tot een kleine beweging : dragen, vasthouden, evenwicht zoeken. Het geeft een totaal nieuwe dimensie aan deze beelden die in hun vormgeving nog meer naar een oervorm neigen, maar wel subtieler omdat ze voorwerpen (symbolen?) bij zich hebben die ons vragen doen stellen. Wat dragen ze, waarom dragen ze dat, wat onderscheid hen daardoor van de anderen…
De evolutie die Symkens in dit werk laat zien respecteert de rode draad uit zijn totale œuvre: eenvoudige sculpturen waar alleen een paar heel kleine opvallende details het karakter bepalen. Deze beelden verleiden niet zomaar, ze trekken de aandacht, willen ontdekt worden en roepen vragen op.
Symkens slaagt erin alle ballast weg te laten en een figuratieve sculptuur van keramiek via zijn authenticiteit tot leven te wekken. De stilte uit hun monden schreeuwt om aandacht.

 

Fernand Haerden
Kunstcriticus
2008


Eddie Symkens (°1964) is een gedreven kunstenaar, die zowel keramische als bronzen sculpturen realiseert.
Sculpturen als figuren in een lichaam gevat.
Uit dat lichaam evenwel ontsnappend door een beweging die aan de volumineuze keramische beelden naast sierlijkheid en élégance ook kracht en waardigheid verleent. Een  beweging bovendien die lichaamseigen is, m.a.w. binnen de spankracht van dat lichaam blijft en er aldus de psychologie van helpt vertalen. Deze keramische beelden balanceren tussen materialiteit en immaterialiteit.
Materialiteit, omdat ze alluderen op de beperkingen van een menselijk lichaam, die zelfs lijken te beklemtonen via ogenschijnlijk zware vormen, die op hun beurt voornaamheid genereren. Een voornaamheid van beweging die de toets van een gekwelde huid moet doorstaan. Bulten, holtes, inkervingen veruitwendigen immers verhulde emoties die door de messcherp getekende mond niet verraden worden.
Immaterialiteit ook of onaardsheid, omwille van de hoge graad van abstractie en compactheid, soberheid zelfs, die versterkt wordt door een ingekeerde blik, op bezonkenheid en introversie wijzend en zich afsluitend van wat aan tijd en plaats gebonden is. Hoe groter de psychische verinnerlijking, hoe sterker de materiële verwijzingen naar emotieve krachten, wat in dit werk resulteert in een aristocratische uitstraling van de mond enerzijds, gekoppeld aan de fijngevoeligheid en tederheid van de uitgewerkte handen anderzijds.
Eddie Symkens is een kunstenaar die niet alleen beweging, dus voortgang, creëert in zijn beelden, maar tegelijk aan zijn artistieke evolutie voortdurend creatief stuwende impulsen geeft. Zo lijkt vormelijk de abstractie steeds mee te groeien, terwijl inhoudelijk de intensiteit toeneemt. De als het ware “monolitische” figuren - op zichzelf aangewezen of aan zichzelf overgeleverd -, lijken steeds meer communicatiegeneigd, worden als beeldengroep bij elkaar geplaatst, in beweging naar elkaar neigend, door tegenstelling elkaar aanvullend.
Soberheid en expressiviteit gaan steeds meer hand in hand.
De onweerstaanbare drang om aan de aardse en materiële beperktheid te ontkomen in een scheppingsproces dat daarbij aan vergeestelijking wint, is een niet-eindigend proces, een “work in progress”.

 


Guy Van Beckevoort
Directeur van de Westhoek Academie in Koksijde
Kunstcriticus
Koksijde  14-12-2006


Eddie Symkens heeft zijn licht opgestoken in de academie van Genk. Hij was een leergierige academie-leerling met veel interesse voor het technisch aspect van het professionele kunst-maken.
Later ging Eddie spontaan zijn eigen weg als zelfstandig kunstenaar, enkel gewapend met zijn belangrijke kunsttechnische bagage en door eigen onderzoek nam hij zijn artistieke risico’s als beeldmaker.
Zijn realisaties getuigen van een doorleefde expressie met als inspiratiebron: De “mens” in zijn plastische bezigheden.
Draadfiguren met verstilde bewegingen die op ieder moment kunnen tot actie overgaan- een ranke motivatie tussen spel en ernst - materie en geest.
Anekdotische interpretaties van hellende figuur die de stilte hoorbaar maakt in een opgezette”natuurlijke”omgeving.
Geest en lichaam zijn niet ver weg van elkaar: want de antieke mythologie is steeds aanwezig in zijn werk.
En het is goed om te weten: hoe ver kan men lopen met gekrulde tenen.
Merkbaar is de materiele cohabitatie in het oeuvre van Eddie Symkens.
En doordat het zeldzame wordt getoond, vormt het een dankbaar samengaan met zijn decoratief boetseertalent.
De vorm - expressie corpus – gelaat – handen – hande-lingen in zijn beeld – totaliteit -versmelten samen tot een moment van “bestaan”.

Deze  existentiële en statische figuraties kunnen uitgroeien tot een monumentale aanwezigheid naargelang de pure inspiratie van zijn maker Eddie Symkens.
Zijn keramische creaties getuigen van de materie klei in haar eigenste vorm.
Zijn decoratieve bekleuring als bv. glanzende attributen horende – bij – de – figuren illustreren zijn fijngevoeligheid als kunstenaar.

Qua vormexpressie maken we kennis met soms belerende en verwante figuratie en een sprekende mimiek en gebarenspel. Maar altijd evenwichtig stabiel in hun dramatische vertwijfeling.
Dit tegenover zijn brons – creaties met een andere opgebouwde vormgeving zowel in volume en beweging.
Draadfiguren en een harde gegoten materie met suggestieve bewegingen die aparte emoties oproepen.
Bewegingen die de vormgeving ondersteunen, accentueren, niet beperkt in de ruimtelijke uitbreiding van de zogenaamde choreografische kwaliteiten. 
Het oeuvre van Eddie Symkens heeft veel doorgroeimogelijkheden en belooft voor de toekomst.

 

Uitgave boek:

Titel: “14 hedendaagse kunstenaars”, samenstelling en redactie Thierry Jonnaert en Jos Casier.

Druk en afwerking: Groeninghe Drukkerij NV, Kortrijk.

2005.

 

Is geboren in 1964 te Menen. Hij volgde lessen in de Stedelijke Academie voor Plastische kunsten in Genk en volgde daarnaast ateliers, o.a. bij beeldhouwer Jan Praet en bronsgieter/beeldhouwer Emiel Voeten. Ook heeft hij de unieke gelegenheid gekregen om  met het team van de Vrije Universiteit van Brussel het nieuwe product ’vubonite’ verder te ondersteunen.

Hoewel hij werkt in een omgeving waarin men overvloedig complexe theorieën, neurologische processen en multifactorieel bepaalde fenomenen probeert te verklaren, werkt Eddie vanuit een minimalistische visie. Het minimalisme wordt uitgedaagd, de waarheid moet als het ware in de eenvoud zitten, maar een eenvoud die niet uit te leggen valt tenzij ze weer complex zou worden, wat absoluut vermeden moet worden. Zijn minimalisme is een metafoor voor de complexiteit van het zijn. Enkel poëzie kan een verbale compagnon zijn. In zijn minimalisme zit vitalisme en levenskracht. Zij die het wezen in de kern niet voelen, schieten in het proberen te omvatten van complexiteit naast de roos. 

De sculpturale kracht en de positieve uitstraling die hij probeert te geven aan het beeldhouwwerk lenen zich uitstekend voor het uiten van dit metafysisch aanvoelen van de werkelijkheid. Gedicteerde normen, hedendaagse waarden, postmodernistische tendensen, wil hij tijdens het scheppingsproces zoveel mogelijk verbannen om zo tot een persoonlijke invulling van zijn kunstenaarschap te komen.  De kunstenaar kiest dan ook voor materialen en kleuren die levenskracht symboliseren zoals brons, keramiek en vubonite. 

Als kunstenaar is hij bezig met het ‘menselijke’, niet met louter vorm en theoretische constructiemogelijkheden. Hij zoekt naar een manier waarop de menselijke figuur kan gegoten worden in een nieuwe vormtaal, waarin de mens in al zijn kwetsbaarheid en niet louter het vormelijke naar voor springt. Hij is een observator van  de mens in dialoog met zijn geschiedenis, in dialoog met zijn psyche en  in dialoog met religieuze aspecten van het leven. Hoe gaat de hedendaagse mens om met eindigheid, beperkingen, onvolmaaktheden, grenzen maar ook met kennis en genialiteit? Door deze vermenselijking is zijn kunst ook minder abstract geworden en zijn er duidelijke verwijzingen naar menselijke kracht en onmacht. Daardoor zijn zijn beeldhouwwerken toegankelijk voor wie wil openstaan voor wat ons allen aangaat. De menselijke emotie staat centraal, de kunstenaar bekijkt de mens in zijn geheel. Sommige beelden stralen in hun krampachtige houding toch een enorme levenslust uit. Het is niet de perfecte anatomie, niet de atleet, noch de discuswerper die het menselijk ideaal van kracht en overwinning symboliseren, maar de geremde, verkrampte, getekende mens die vitalisme in zich draagt. 

In sommige beelden wordt het minimalisme uitvergroot om de essentie van zijn vormtaal te beklemtonen. Zwaartekracht en ruimtelijkheid worden niet gerespecteerd zodat de figuren loskomen van logische wetten en aardse werkelijkheid. De lichamen worden niet tot in detail uitgewerkt, stukken zijn weggelaten, delen geven illusie van pijniging en verwonding. Hier lijkt de kunstenaar te zoeken naar een evenwicht tussen herkenning en vertekening: het menselijk lichaam wordt uit zijn context gerukt door de gaten, de vervormingen, de ruimtelijke mogelijkheden. De positie menselijkheid en onaardsheid, identiteit en onwezenlijkheid brengen spanning in de compositie. In het zoeken naar een balans zit wellicht de groeikracht voor mijn werk, zegt Eddie. 

Tijdens de creatie van zijn werk laat de kunstenaar zich leiden door ‘het lot’. Hij maakt geen schetsen meer die hem zouden kunnen remmen tijdens de ontwikkeling van een werk. Bij het schetsen loopt men immers het risico (zelf)kopiërend te werk te gaan. Hij geniet bij het beeldhouwen nu van de vrijheid van het creëren in ontwikkeling. Dit komt de uitstraling van mijn beelden wellicht ten goede: optredende toevalligheden worden niet weggewerkt, maar blijven bewaard, zegt Eddie. 

De beelden ontstaan mee uit de structuren, dit vormt ook de essentie van zijn vormgeving. De huid van het kunstwerk leeft, de vorm die door de massa mee bepaald wordt, maakt dat er een echt verhaal ontstaat, het verhaal van de kunstenaar in interactie met het verhaal van de massa, de materie. 

Waar taal zijn reikwijdte verliest, rest ons het beeld, de metafoor, het gedicht. De sculpturale kracht moet genoeg zijn om een appèl op te wekken bij de kijker als ‘ziener’.Wanneer de laatste hand aan het beeld gelegd is, stopt mijn werk als beeldend  kunstenaar, zegt Eddie. Een titel zoeken is zelfs teveel. Hier begint de perceptie, de keuzevrijheid en de interpretatie van de toeschouwer.  

Berti Persoons, 2005